zaterdag 21 september 2019
Versie 3.00.0
  Uw dagelijkse dosis Domstadnieuws!


Aanmelden Mijn AOU

Van Muziekcentrum tot winkelgebouw en Muziekpaleis
Webcam Overzicht

Politiekpagina


Opiniepagina
Variapagina



[ANALYSE] Ego burgemeester Wolfsen versus persvrijheid
Gepubliceerd: 2009-04-14
door: Louis Engelman



Hoe dom kun je zijn? Die vraag dringt zich op na de actie de Utrechtse burgemeester Aleid Wolfsen om een hem onwelgevallig artikel uit weekblad ‘Ons Utrecht’ te laten verwijderen. De hele oplage werd vernietigd en de krant werd maandag opnieuw gedrukt met een verhaal over een geheel ander onderwerp.

Tijdens een speciale persconferentie meende Wolfsen dinsdagmiddag ten overstaan van een groot deel van de landelijke en lokale pers te kunnen beargumenteren waarom zijn interventie verdedigbaar was. Hij stelde dat ‘integriteit raakt aan de achilleshiel van het openbaar bestuur’. En omdat hij het stuk ‘op de persoon gericht en volstrekt ongefundeerd’ achtte, voelde hij zich in zijn integriteit als burgemeester aangetast. Dus wilde hij publicatie voorkomen.

Waar ging het om?

Journalist Wouter de Heus onderzocht de vergoedingen die de burgemeester na zijn komst naar Utrecht opstreek voor de huur van een tijdelijke woning in de stad. Een logische exercitie, want het gaat hier om gemeenschapsgeld. De Heus ging daarbij fatsoenlijk te werk. Hij stal geen privégegevens, luisterde geen telefoongesprekken af en chanteerde geen ambtenaren om zich te informeren. Wel vroeg hij een deskundige, oud-hoogleraar en bestuursdeskundige Twan Tak, zijn licht over de zaak te laten schijnen.

Deze kwam tot de conclusie dat Wolfsen de regels niet goed had geïnterpreteerd en dus geld te veel zou hebben ontvangen. De burgemeester zou feitelijk 17.000 euro terug moeten betalen. Keurig kreeg Wolfsen gelegenheid zijn weerwoord op te geven. Hij maakte daarvan ook gebruik.

Maar tegelijkertijd griefde hem de publicatie. Hij voelde zich in zijn eer en goede naam aangetast. ‘Het heeft mij buitengewoon geraakt. Mijn integriteit werd zó gemakkelijk in twijfel getrokken’, zei hij tijdens de persconferentie. Dus liet hij het er niet bij zitten. Hij belde de redacteur, de hoofdredacteur en daarna de uitgever. Alleen de laatste bleek gevoelig voor diens argumenten. Wolfsen ontkende overigens dat hij de uitgever had gevraagd het stuk niet te publiceren. Hij zou ‘slechts’ hebben verzocht ‘er nog eens naar te kijken’. Dat hij dat deed in zijn functie van burgemeester - en niet als gewoon burger – maakte volgens hem geen verschil. Hij vond daarom ook niet dat hij met zijn actie de persvrijheid in Utrecht geweld heeft aangedaan.

Daarover kan je echter van mening verschillen. Het is natuurlijk jammerlijk dat – nadat de beide redacteuren censuur hadden geweigerd - de uitgever toch slappe knieën kreeg, mogelijk bevreesd voor het wegvallen van gemeentelijke advertenties in Ons Utrecht. Of daarmee van de kant van het stadhuis is gedreigd bleef dinsdagmiddag onduidelijk. Wel werd toegegeven dat een medewerker van communicatie zou hebben aangeboden dat de gemeente ‘een deel’ van de kosten van herdruk voor zijn rekening zou nemen.

Maar veel belangrijker is dat een burgemeester niet inziet dat persvrijheid van grotere importantie is dan zijn eigen gepikeerdheid. Binnen onze democratische orde is in beginsel voor journalisten alles openbaar. Het publiek moet er van op aan kunnen dat de media het recht op informatie verwezenlijken. Daarbij geldt dat juridisch alles is geoorloofd, behalve wat uitdrukkelijk bij wet is verboden. Hoofdregel is: alles is geschikt voor publicatie, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten.

Strafbaar zijn onder meer: smaad, belediging, laster, schenden van staatsgeheimen, aanzetten tot discriminatie, aantasting van de privacy, diefstal of zich uitgeven voor een opsporingsambtenaar. In deze kwestie is van dit alles geen sprake. Journalist De Heus baseerde zich op openbare stukken en liet een deskundige aan het woord. Dat laatste had hij kennelijk niet mogen doen. Wolfsen voelde zich geschoffeerd en gooide zijn hele burgemeestersgewicht in de schaal om de publicatie te voorkomen. Tijdens de persconferentie zei hij zich – gezien de aantasting van zijn integriteit - ‘daar beter bij te voelen’ dan dat hij het op z’n beloop zou hebben gelaten.

Toch had de burgemeester dat laatste beter kunnen doen. Want nu laadt hij de verdenking op zich dat hij zijn eigen ego net een stukje belangrijker vindt dan de vrijheid van (lokale) journalisten om te publiceren over zaken die zij het openbaar maken waard vinden.

Vanuit het stadhuis is Wolfsen klaarblijkelijk gewaarschuwd voor het negatieve effect van zijn actie. Maar hij heeft die raadgevingen in de wind geslagen. Tegenover de verzamelde pers zei hij zijn eigen beslissing te hebben genomen. Dat klinkt stoer, maar is niet erg slim.

En het vervelende is dat Wolfsen daarmee de gehele gemeentepolitiek meesleurt. Die moet nu namelijk gaan beoordelen – donderdag vindt er een interpellatie plaats – of zij geassocieerd wil worden met een burgemeester die vanwege zijn eigen ego bereid is de lokale pers te manipuleren.

Het allerergste is eigenlijk dat Wolfsen weinig vertrouwen heeft in het gezonde verstand van de Utrechtse burger. Had hij met kracht van argumenten in zijn weerwoord aangegeven dat het verhaal van de oud-hoogleraar inderdaad ‘quatsch’ is, zoals hij het zelf noemde, dan had de lezer van Ons Utrecht dat best begrepen. Nu ziet de Utrechtse bevolking zich bestuurd door een man die zo bang is voor zijn reputatie dat hij bereid is belangrijke democratische verworvenheden als ‘persvrijheid’ opzij te schuiven.

Hoe dom kun je zijn.

Louis Engelman
Oud-journalist Utrechts Nieuwsblad en oud-docent aan de School voor Journalistiek in Utrecht.


Stuur dit bericht door!






 meer >



© 2007-2012 AllesoverUtrecht