maandag 16 september 2019
Versie 3.00.0
  Uw dagelijkse dosis Domstadnieuws!


Aanmelden Mijn AOU

Van Muziekcentrum tot winkelgebouw en Muziekpaleis
Webcam Overzicht

Politiekpagina


Opiniepagina
Variapagina



Busfanaat Velthuis overleden
Gepubliceerd: 2009-04-17
door: Stadsredactie JvS

Max Velthuis tijdens een optreden in een Utrechtse jazzkelder in 1961.

Max Velthuis tijdens een optreden in een Utrechtse jazzkelder in 1961.

De Utrechtse busfanaat en jazzpianist Max Velthuis is zondag op 72-jarige leeftijd overleden. Hij leed al geruime tijd aan een ernstige ziekte is vrijdag op Daelwijck gecremeerd.

Velthuis dook in het verleden vaak op in de lokale media als kenner van de Utrechtse openbaarvervoergeschiedenis. Hij gold als officieus biograaf van het GVU en bezat een grote collectie foto’s, memorabilia en archivaria.

Journalist Ton van den Berg schreef voor de serie Stadsjeugd in het voormalige Utrechts Nieuwsblad een portret van Velthuis.


Op de fiets achter de bus aan

De Utrechtse autobussen fascineerden Max Velthuis. Het was oorlogstijd en op straat waren niet zoveel voertuigen. Maar de bussen reden nog wel, dankzij de hout- en turfgasgeneratoren die ze voortsleepten als een caravan volgestopt met energie.
Een groter plezier dan met de bus naar grootvader en grootmoeder De Bondt in Oudwijk gaan was er niet voor Max. Hij woonde aan de Prinses Julianaweg in Hoograven, waar de familie opstapte in buslijn 6 naar het Centraal Station, overstapte op lijn 2 en uitstapte in Oudwijk.

,,Opa De Bondt nam me in de weekenden mee voorop de fiets om achter de bussen aan te rijden. Als ik hem vroeg lijn 1 te doen reden we dat traject af tot aan het eindpunt bij de Mr. Sickeszlaan in Tuindorp.’’

De bussen van het Gas-, Electriciteits-, Bus- en Radiobedrijf Utrecht (GEBRU) hadden een crêmegele kleur en zilverkleurig dak en droegen allemaal het Utrechtse stadswapen. De deuren waren van mahoniehout en naast de ingang stond met grote gebiedende rode letters: ‘Met gepast geld betalen’. Het waren Bedfords of Opels en Max kon ze aan het geluid herkennen. Hij leerde de bussen tot in details onderscheiden.

Aan het einde van de oorlog waren er niet veel bussen meer over, want de meeste waren gevorderd of ontmanteld door de Duitse bezetter. Om het openbaar vervoer weer op gang te krijgen werden er zogeheten bellewagens ingezet. ,,Ze werden bellewagens genoemd omdat ze in Londen dienst hadden gedaan als auto’s die waarschuwden bij gevaren vanuit de lucht en daar een bel als een sirene voor gebruikten. In de bellewagen kocht je een kaartje aan het raam bij de chauffeur en stapte dan achterin in via een trapje en daarbij moest je uitkijken dat je je hoofd niet stootte aan de dakrand. Met bloedrode letters stond er ook bovenop ‘Pas op uw hoofd’.’’

Max wilde zo’n bellewagen wel eens als passagier ervaren en ging een dagje spijbelen van school. Uit de portemonnee van zijn moeder had hij 3,60 gulden gepikt om zo de kosten van een dagje uit te kunnen financieren. Op zijn zwerftocht door de stad bracht een Bedford van lijn 4 bracht hem naar de eindhalte in Oog in Al op de Everard Meijsterlaan, waar hij hoopte de achterop komende bellewagen terug naar de Catharijnebrug te kunnen nemen.Maar helaas voor Max was moeder Velthuis gewaarschuwd door school en zij schakelde de politie in, die de jongen bij de bushalte in Oog in Al opspoorde. Hij werd achterop de fiets van oom agent meegenomen en opgesloten in de cel van de politiepost aan de Burgemeester Smitsstraat. Pas laat in de avond kwam zijn vader hem daar ophalen, maar die vond het avontuur van zijn zoon achteraf wel grappig.
,,Ik heb later nog vaak in de bellewagens gezeten tot ze in september 1946 van de weg verdwenen. Op lijn 6 reden ze ook bij ons door de straat. Die lijn werd door de buschauffeurs het ‘herstellingsoord’ genoemd, omdat hij niet in de binnenstad kwam en weinig oponthoud kende. Alleen bij de smalle Julianabrug was het opletten geblazen, want daar gebeurde menig ongeluk.”

Autobussen, hij zou er later nog vaak over publiceren, waren niet de enige fascinatie van Max. Samen met een buurtvriendje, Hans Slaterus, luisterde hij graag naar jazzmuziek. Op een pick-up draaiden ze de platen van Oscar Peterson en Monty Alexander, maar ook Nederlandse artiesten als Pim Jacobs en Cees Slinger. En ze bezochten de jazzconcerten in het Oranjehuis op het Paardenveld en als Pia Beck ergens optrad was Max erbij om haar theatrale jazzshows te bekijken. Daar was hij verzot op.

Het kon niet uitblijven dat Max ook zelf jazzmuziek wilde spelen. Hij leerde pianospelen bij Juul Cordes en nadat hij ook nog korte tijd de drums had gespeeld in de schoolband van de Rijkskweekschool aan de Maliebaan, waar hij nog geschiedenisonderricht kreeg van Dr. A. van Hulzen, richtte hij in 1959 zijn eerste eigen Trio Max Velthuis op. Het trio kreeg veel bekendheid in de Utrechtse grachtenkelders en cafés,waar jongeren graag naar jazz luisterden.

Vader Velthuis, hoofdambtenaar bij de Nederlandse Spoorwegen, zag het met lede ogen aan. Muziek spelen was volgens hem puur en alleen vrijetijdsbesteding, maar Max zag zich niet zijn hele leven voor een schoolklas staan en koos voor de muziek. Zijn jazzcarrière bracht hem tot ver buiten Utrecht in Scandinavië, Duitsland, Frankrijk, Spanje en zelfs Turkije.
,,Mijn vader heeft me nog geholpen aan een tijdelijk kantoorbaantje voordat ik van de muziek kon leven.Want hij was weliswaar niet blij met mijn keuze maar ik volgde wel zijn credo,want hij zei altijd ‘Het leven heeft geen zin, nou zorg dan ervoor dat het dat krijgt. En als het geen kwaliteit heeft, zorg dan voor die kwaliteit’.’’

Stuur dit bericht door!






 meer >



© 2007-2012 AllesoverUtrecht