zaterdag 22 juli 2017
Versie 3.00.0
  Dé click met Utrecht!


Nieuws per e-mail?
Aanmelden Mijn AOU
Hier gratis aanmelden

Politiekpagina
Nieuwspagina
Meer nieuwspagina
Regio nieuwspagina
Variapagina




Dánsen!
Column
Gepubliceerd: 2012-11-07
door: hanneke gunsing








Je benen moeten de weelde van de jaren wel kunnen dragen natuurlijk. Als er hier en daar wat kraakt en piept, dan vergt dat maatregelen. Zo is daar de orthopeed, de fysiotherapeut, de homeopaat en meer van dergelijke ambachtslieden.

Opmerkelijk aan een fysiotherapeut is dat hij altijd heel aardig lijkt, maar dat je moet oppassen. Je bent weliswaar bij hem in goede handen, maar hij ontpopt zich op enig moment tot martelaar. Diezelfde handen duwen en trekken net zo lang aan je lichaamsdelen totdat je ‘au’ roept.
Dan weet je allebei dat-ie goed zit.

Mijn behandelaar gaat nog verder: hij prutst met een naald in je spier, net zolang tot je een schokje voelt. Dat is erg pijnlijk, maar er gebeurt ook een wonder: je pijn van voor de naald-methode wordt minder. En dat is niet alleen fijn, maar ook de bedoeling.

Door de reumatoloog werd ik naar de fysiotherapeut verwezen en mijn huisarts attendeerde mij op het gebrek aan ‘wetenschappelijk bewijs dat fysiotherapie werkt’. Verbaasd hoorde ik hem aan en ging toch wel, want al jaren heb ik er wat aan.

Mijn martelaar hield vinger aan de pols -letterlijk, want daar had ik ook last van- en bedacht een list. Hij beplakte mij met een vrolijk soort leukoplast, waardoor mensen ook meteen snapten dat mijn onwil om de hand te schudden niet duidde op onbeleefdheid. Voor mijn onderstel had hij een gruwelijk plan: naar de sportschool moest ik.
Oefenen met apparaten.
Mijn ultieme nachtmerrie!

Ooit zag ik iemand bij de groenteboer, die flink in het verband zat. ‘Het kwam door de sport’, vertelde hij ons. Tja, dat heb ik nou altijd al geweten: van sporten loop je nare dingen op.

Ik heb reuze bewondering voor sportlieden, maar ik heb meer een sportieve geest, niet zo’n lichaam.
Maar ik moest toch, ondanks mijn tegenstribbelarij.
Ik zat nog maar net op de sportfiets of er kraakte iets in mijn bil en er kon niet meer worden gedraaid. Toch nog maar waterloos geroeid en bovendien cross-trainen.
Ik werd er intens chagrijnig van. ‘Ik heb er de kracht niet voor’, net als Gerard Joling. Laat mij nou maar dansen, zoals laatst bij Culturele Zondag.
Het dak eraf!

De volgende dag bewoog ik mij wat moeizamer, maar mijn humeur was uitstekend. Vooral mijn plezierspieren waren grondig getraind.
Een sportschool is geen balzaal.
Tot nu toe.

Het lijkt mij een gat in de (sport-)markt.


hanneke


Stuur dit bericht door!


© 2007-2012 AllesoverUtrecht