woensdag 24 mei 2017
Versie 3.00.0
  Dé click met Utrecht!


Nieuws per e-mail?
Aanmelden Mijn AOU
Hier gratis aanmelden

Politiekpagina
Nieuwspagina
Meer nieuwspagina
Regio nieuwspagina
Variapagina




Op kamers
Column
Gepubliceerd: 2016-05-27
door: Dik Binnendijk








Als je voor je eindexamen slaagt en daarna gaat studeren in Utrecht, blijf je tegenwoordig vaak eerst thuis wonen. In deze tijd een goede kamer vinden valt niet mee. Een kleine vijftig jaar geleden was dat anders.

Eind jaren zestig was de studie biologie zo ingericht dat het hele derde jaar was volgestouwd met tentamens over de leerstof van de twee jaren daarvoor. Lessen of practica waren er nauwelijks meer. Ik woonde nog bij mijn ouders op de boerderij in Kamerik. Omdat ik bang was dat ik van mijn medestudenten zou vervreemden, mocht ik op kamers.

Op een advertentie in het Utrechts Nieuwsblad kreeg ik drie reacties. De eerste was een grote kamer in Vianen, maar ja dan kon ik net zo goed in Kamerik blijven wonen. De tweede was een zonnige bovenkamer in Zeist. Alleen, ik moest wel elk weekend weg zijn. Het derde aanbod leek me wel wat: Bellamystraat 11 bis. De straat is een zijstraat van de Weerdsingel Oostzijde in de Vogelenbuurt net buiten het centrum.

Na het middagpracticum ‘haaien snijden’ zou ik langs komen. Mevrouw G. zat aan tafel te eten met haar zoon en twee van zijn drie kinderen. Het rook er heerlijk en ik had een honger! “Wil je ook wat eten, jochie? Er is genoeg!” Ik dacht ‘graag’ maar meteen ook: ‘dat kan ik niet maken.’ De kamer had ik nog niet gezien en over geld hadden we nog niet gesproken. Om dan toch ‘nee’ te zeggen als de kamer me niet beviel, vond ik wel erg moeilijk. “Nee, dank u. Ik ga zo bij een vriend eten,” loog ik.

Ik kwam wel bij ze aan tafel zitten. Nadat iedereen uitgegeten was, ben ik met mevrouw G. naar de achterkamer gegaan. Dat zou mijn kamer worden: een ruime, hoge kamer van vijf bij vier meter met balkon. Mevrouw had haar gebit niet in en sprak Uteregs. Even wennen. Uiteindelijk begreep ik dat de gemeubileerde kamer honderd gulden per maand kostte en dat ik ook de keuken kon gebruiken. Maar eigenlijk was ik al gevallen voor de gezelligheid aan tafel. Zo kwam ik in augustus 1969 in Utrecht wonen.

Mijn hospita woonde in de voorkamer, die met schuifdeuren was gescheiden van de achterkamer. Tegen de schuifdeuren aan stond haar televisie en mijn hospita was al wat doof. Als er ondertiteling was, stond de tv zachter, maar bij programma’s in het Nederlands kon ik meegenieten. Mijn wapen ertegen was een oude radio met een enorme brom, die het tv-geluid wat wegdrukte.

Zo heb ik twintig maanden gewoond en mijn kandidaats gehaald. Daarna kwam de bovenverdieping vrij, die mijn hospita aan een echtpaar verhuurd had. Ik kon naar boven samen met Tom, een kaartvriend uit café De Vriendschap (Wed 1). Bijna zeventien jaar heb ik in dat huis gewoond, waarvan tot haar dood zeven jaar met opoe. De hele Bellamystraat noemde haar zo. Dus dat werd snel: “Diiik, mot je ‘n bakkie?” “Ik kom zo, opoe!”

Dik Binnendijk


Op kamers, Bellamystraat
Foto's: de Bellamystraat van heden en een foto uit 1925,
hoek Weerdsingel O.Z./Bellamystraat




Stuur dit bericht door!


© 2007-2012 AllesoverUtrecht