woensdag 28 juni 2017
Versie 3.00.0
  Dé click met Utrecht!


Nieuws per e-mail?
Aanmelden Mijn AOU
Hier gratis aanmelden

Politiekpagina
Nieuwspagina
Meer nieuwspagina
Regio nieuwspagina
Variapagina




De fruitvlieg en de Sparta
Column
Gepubliceerd: 2016-09-16
door: Dik Binnendijk








“Krengen, waar komen jullie toch allemaal vandaan? Pleur op!” Zo’n veertig fruitvliegjes schieten uit mijn vuilnisbak in de keuken omhoog. Ze zijn dol op rottend, rijp fruit. Bij een warme zomer en nazomer zoals afgelopen week (ook wel Indian Summer, oudewijvenzomer of sint-michielszomer genoemd) vliegt dit tuig altijd rond. Dit jaar lijken het er meer te zijn dan anders. Ik ken ze maar al te goed, want ik heb tijdens mijn studie die fruitvliegen zelf gekweekt. Gideon, de vriend van mijn nichtje Daniëlle, vertelde me afgelopen maandag dat hij ze bij biologieles op de middelbare school ook heeft moeten kweken. Wij schelen zo’n 35 jaar.

Bananenvlieg en azijnvlieg zijn andere namen voor dit insect. De wetenschappelijke naam is Drosophila melanogaster. Mannetjes hebben op hun achterlijf een zwarte vlek; vrouwtjes niet. Elk vrouwtje legt ongeveer 400 eitjes in het rottend fruit. Na pakweg tien dagen heb je een complete, nieuwe populatie aan fruitvliegen. Daarom is Drosophila het favoriete insect om allerlei erfelijke principes te onderzoeken. Beginjaren zeventig heb ik zelfs fruitvliegen in de natuur gevangen. Voor mijn hoofdvak Populatiegenetica moest ik onderzoeken of je kon aantonen of Drosophila’s opgegroeid waren in een schoon of een vervuild gebied. Dat zou je kunnen zien aan de vrijgekomen stofjes als je een fruitvlieg fijnstampt. Het was de theorie van de geneticaprofessor.

Ik had vier plastic bloempotten met rottend fruit neergezet in ‘schoon’ bosrijk gebied. Twee potten stonden in Amelisweerd en twee op het landgoed Bornia tussen Zeist en Austerlitz. In een fruitboomgaard bij Tull en ’t Waal waren er ook twee potten. Daar werd met pesticiden gespoten. Fruittelers praten liever over gewasbeschermingsmiddelen. In ieder geval was dat daar een vervuild gebied.

Je kunt het beste Drosophila’s vangen als het gaat schemeren. Elke droge en windstille namiddag ging ik op de brommer naar een pottengebied met achterop een bakje rammelende flesjes. De brommer was van mijn ouders. Mijn broers Wim en Henk denken dat het een Sparta was. Ik had ook een fijnmazig vlindernet en een zaklamp bij me. De truc was om snel het vlindernet over de pot te mikken. Daarna hield ik de punt van het net omhoog en bescheen die met mijn zaklamp. Drosophila’s komen naar het licht toe en zo kon ik ze uiteindelijk vangen in een flesje. Terug op het Genetisch Instituut aan de Opaalweg verdoofde ik de vliegen met ether. Elk (bevrucht) vrouwtje deed ik in een apart kweekflesje en die flesjes zette ik in de klimaatkamer met een temperatuur van pakweg 30 graden Celcius.

De theorie heb ik nooit kunnen bewijzen, want uiteindelijk heb ik maar één fruitvliegvolk gekregen van oermoeder Amelisweerd Pot 1. De reden was, dat ik in oktober pas ben begonnen met vliegen vangen. Op zich geen probleem, maar een paar weken later vroor het al. Tja, dan vang je geen fruitvliegen meer in de natuur.

Ook last van fruitvliegen? Zorg ervoor dat overrijp en rottend fruit, uien, groenten of aardappelen binnen een week het huis uit zijn. Als de temperatuur buiten weer ruim onder de tien graden zakt, zie je dat ‘fruitvliegtuig’ nauwelijks meer, tenzij je het binnen constant lekker warm stookt en je een rottend fruitje over het hoofd hebt gezien.

Dik Binnendijk


De fruitvlieg
Fruitvliegkweekflesjes en -kweekkooien in klimaatkast
(foto's: Dik Binnendijk)



Stuur dit bericht door!


© 2007-2012 AllesoverUtrecht