vrijdag 15 december 2017
Versie 3.00.0
  Dé click met Utrecht!


Nieuws per e-mail?
Aanmelden Mijn AOU
Hier gratis aanmelden

Politiekpagina
Nieuwspagina
Meer nieuwspagina
Regio nieuwspagina
Variapagina




De engerd
Column
Gepubliceerd: 2017-08-04
door: Dik Binnendijk








“Schuin tegenover me zit een jongen voor het raam die me constant beloert. Ken jij hem?” Inez is begin jaren ’80 mijn etagegenoot op tweede etage van het studentenbovenhuis Bellamystraat 11 bis. Als je het onderhuis meetelt wonen we vierhoog. “Ik zou niet weten wie je bedoelt,” antwoord ik. “Nou, ik zou maar geen contact met die engerd zoeken.” Inez heeft haar kamer aan de straatkant. Ik kijk uit op het platte dak van een autogaragebedrijf in het binnenterrein tussen Bellamystraat, Duifstraat en Weerdsingel O.Z. Ik heb geen last van inkijk, maar wel last van het gemiauw van de katten op het dak die ’s nachts tegen elkaar te keer gaan.

Natuurlijk ben ik benieuwd naar die enge, schuine overbuurman van Inez. Geen idee wie het is. Via een toeval kom ik in de disco met hem in contact. Op dat moment weet ik nog niet dat hij ook in de Bellamystraat woont. Hij is net als Inez en ik student. Op een gegeven moment ga ik bij hem langs. Dan waag ik het er maar op. “Waarom vind je Inez zo interessant?” “Wie?” “Inez. Ze heeft kort zwart haar en woont daar.” Ik wijs naar haar kamer. “Ik zou echt niet weten wie je bedoeld.” “Nou, zij zegt dat jij heel vaak naar haar zit te kijken en ze voelt zich daar onprettig bij.” (Ik zal het vast iets diplomatieker hebben gezegd).

Hij kijkt me met grote ogen aan. “Ik ben me nergens van bewust. Kijk, mijn tafel staat tegen het raam; hier studeer ik en schrijf scripties. En ja, als ik opkijk, kijk ik vooruit en dat is dan bijna altijd in de richting van jouw buurvrouw. Meestal denk ik dan na of geef m’n ogen even de rust na dat turen op het papier. Echt, hoe jouw buurvrouw eruitziet: geen idee! Ik zit haar absoluut niet te beloeren. Bovendien val ik niet op vrouwen.” Er zit een paar maanden tussen de klacht van Inez en deze ontboezeming van de ‘engerd’. Ik heb het verhaal aan Inez verteld en later ook nog ‘de engerd’ aan haar voorgesteld. En zo is het toch goed gekomen tussen Inez en hem.

Inmiddels woon ik al weer ruim 31 jaar in de Bergstraat. Het verhaal over Inez en de engerd heb ik regelmatig verteld aan mijn overburen in de straat. Mijn directe overburen in de straat zitten nog geen tien meter van mijn huis. Zoals de meeste huizen aan de overkant zijn deze omgetoverd in kamerbewoning. De omloopsnelheid van de bewoners is bij vlagen groot. Als ik in mijn werkkamer op éénhoog tik aan een column bijvoorbeeld kunnen ze me aan het werk zien. Ook ik kijk op van het scherm en sla een blik naar buiten. Dat gebeurt vaker als ik aan mijn bureau voor het raam moeilijke stukken zit te lezen. De twee meiden op éénhoog waar ik naar binnen kan kijken, ken ik allebei tot voor kort nog niet van voornaam. Mara - woont er nog maar net, de ander al wat langer. Hun huisgenoten ken ik weer wel van voornaam. Ik zeg iedereen altijd gedag en heb soms een kort kletspraatje.

De schuine en de recht-tegenover-me buurvrouwen hebben veel de overgordijnen dicht. Hun ramen zijn pal op het zuiden en bij zonnig weer wordt het er snel heet. Een enkele keer kijk ik mijn schuine overbuurvrouw recht in het gezicht. Dan voel ik me ongemakkelijk en krijg ik het ‘ik ben geen engerd gevoel’! Zal ik even zwaaien? Tja, ik moet haar toch ook eens dat verhaal over ‘Inez en haar engerd’ vertellen. Mara kent dat verhaal sinds kort en moest er ontzettend om lachen. “U - eh jij - een engerd… is geen moment bij me opgekomen!” Nu de schuine overbuurvrouw nog.

Dik Binnendijk



Stuur dit bericht door!


© 2007-2012 AllesoverUtrecht